Contact

Neem contact op met Educatiehelden.

Adres
Koninklijk Van Gorcum
Postbus 43
9400 AA Assen
Nederland

Telefoon:(0592) - 379 555
E-mail: info@educatiehelden.nl
OF
×
< Terug naar nieuwsoverzicht

Ahmed Marcouch wil dat scholieren het verschil leren tussen een geloof en een ideologie

1354 - 24 januari 2016

Geschreven door: redactioneel

Toespraak van Ahmed Marcouch, Tweede Kamerlid voor de PvdA, op het ‘Symposium Geestelijke Stromingen geven’ van de Stichting Echelon op 5 juni 2015 op de Saxion Hogeschool te Deventer.

“Geweldig om hier te zijn met zoveel onderwijsmensen om mij heen. Ik zie dat velen van jullie ervaring voor de klas hebben: de schrijvers van het boek, de docenten bij Saxion en de mensen bij de uitgever. Ik wil beginnen met jullie een beetje te leren kennen. Wie van jullie volgt het reilen en zeilen van de moslims anno 2015 in Nederland? Wie van jullie weet het verschil tussen orthodox en fundamentalistisch? Wie van jullie heeft moslims in je vriendenkring? Voel je niet opgelaten, ik loop zelf de deur ook niet plat bij Hollandse vrienden.
Ik heb nog meer gemeen met jullie. Weinig mensen weten dat ik zelf docent maatschappijleer ben. Vandaag wil ik daar een bekentenis aan toevoegen. Deze opleiding besloot ik te gaan doen terwijl ik al leerling-agent was. Voor het geval de politie mij niet in vaste dienst zou nemen. Want ik was aangenomen in het allochtonenklasje en je weet het maar nooit. Stel dat mijn toekomstige politiechef mij niet tot mijn recht zou laten komen. Of stel dat het politieteam mij niet zag zitten. Dit is onzekerheid. Per slot van rekening kregen mijn collega’s trainingen ‘omgaan met allochtone agenten’. Als ze met mij spraken, zeiden ze soms: ‘Je reageert anders dan ik geleerd heb op de cursus.’ En dat in een tijd dat de politie de allochtone leerlingen wel aannam, maar niet welkom heette en al die allochtone agenten in spé met dezelfde vaart weer vertrokken. Ik ging daar niet op wachten, ik ging er voor de zekerheid een nieuw beroep bij leren."

Eigen identiteit
“Zo zie je maar, onzekerheid kost tijd; Het is heel goed dat het vak ‘Geestelijke stromingen’ ondermeer het ontwikkelen van je eigen identiteit tot doel heeft, in relatie tot anderen. Het was goed geweest als ik als tienjarige jongetje, vers in de klas, op school bij het vak ‘Geestelijke stromingen’ geleerd had ik in Amsterdam, vooral tussen ex-gelovigen en andere ‘afvalligen’ leefde.
Ik begrijp dus al met al hoe belangrijk en inspannend de functie van de leraar is. En zeker nu.

Iedereen is op dit moment op zoek naar de leraar die leerlingen kan leren om te gaan met hun eigen identiteit in een pluriforme samenleving, waarin veel vragen naar eerlijkheid gesteld worden en er veel achterdocht is over een dubbele maat. Met waaromvragen als: waarom heeft Wilders wél vrijheid van meningsuiting en Appa niet? Waarom betreuren wij de doden in Parijs en niet de doden in de Gazastrook? Hier ligt een methode die eerst de vragen stelt en daarna pas de antwoorden geeft. En die er competenties aan verbindt. Ik wil jullie een veelzeggend schoolverhaal vertellen over een competentie die bij de vrijheid van meningsuiting hoort. "

Leren debatteren
“De eerste zaterdag na de aanvallen in Parijs gaf ik les op de weekendschool, een Amsterdams initiatief om leerlingen bij te spijkeren. Ik ging hen leren debatteren. Zoals een goed docent betaamt, begon ik met het startniveau: wat weten ze en wat kunnen ze. Zoals ook deze toespraak begon. Dus ik vroeg: wat is erger, beledigen of geweld plegen? ‘Beledigen is erger dan geweld, meester’ zeiden de leerlingen eensgezind. Al snel bleek dat zij de cartoons van Charlie Hebdo zagen als pesten. Op zich een kwestie van empathie. Als zij zelf als puber op Facebook zouden worden vastgelegd met lange neuzen, puisten en uitstekende ogen, zouden zij voor eeuwig gegoogeld kunnen worden met gezichten zo lelijk als de profeet Mohamed in Charlie. Pesten is erger dan geslagen worden, zeiden ze dus. Want slaan stopt en pesten blijft. Ze stellen, met de hardvochtige eerlijkheid van de puber, dat de cartoonisten van Charlie Hebdo erom gevraagd hebben.

Daar sta je dan, als docent. Wat zou jullie nieuwe boek daarover zeggen? Als docenten weten wij: hier moet het startpunt van mijn les liggen. Beste kids, wat doe je als je beledigd wordt met een lelijke tekening? Je komt met een bétere. Met een beledigende mening? Je komt met een bétere. Met een denigrerend idee? Je komt met een béter idee. Beste kids, wij vechten met een pennetje, niet met een mes. Geweld is zó erg, dat de rechter niet eens meer kijkt naar de belediging. Voor de straf kijkt de rechter uitsluitend naar het geweld. En hoe doe je dat dan, winnen met ideeën? Het idee dat de meeste stemmen krijgt, wint. Dat is democratie. En je krijgt de meeste stemmen als je met jouw woorden en argumenten anderen kunt overtuigen. Dat is een debat. Ideeën bestrijdt je met ideeën, niet met bommen en granaten.”

Zwarte wijken versus blanke dorpen
“Dat gebeurt je met moslimkinderen in de klas, op de scholen in de zwarte wijken. Maar ik kreeg ook mails van docenten uit blanke dorpen. Daar proberen docenten hun leerlingen uit te leggen dat normale moslims geen jihadstrijders zijn. Docenten schrijven mij, citaat: ‘Net op het moment dat ik het idee krijg dat mijn leerlingen dit inzien, volgt er weer een aanslag of ander schrikbeeld. Hoe zorg ik ervoor dat mijn leerlingen niet angstig raken of de Islam enkel met geweld associëren?’ Het is belangrijk dat scholieren het verschil leren tussen een geloof en een ideologie. Terwijl gelovigen uitkijken naar een paradijs waar iedereen eerlijk en gelijkwaardig in vrede leven kan, streven ideologen naar macht, vaak met geweld, om een Islamitische staat te realiseren waarin alleen plaats is voor mensen zoals zij. Wij moeten ideologieën bestrijden, geen religies.
Na de ouders, zijn docenten de eersten die de kinderen educatie bieden, hen opvoeden tot kritische geesten. Dat kunnen jullie alleen als de kinderen zich innerlijk veilig voelen.
De school is de eerste confrontatie met de Westerse samenleving. Als ouders hun kinderen altijd hebben verteld dat ze hier niet horen, hebben jullie heel wat werk te verzetten. Docenten moeten dus oprecht geïnteresseerd zijn in het brein van het kind. Dat kan niet zonder gesprekken met de ouders: wie zijn jullie, hoe denken jullie over opvoeding. De kans is groot dat ouders zich niet volledig uitspreken. Ik ben benieuwd of ik in dit nieuwe boek ook kan lezen hoe de docenten de ouders betrekken bij de lesstof, bij de verwerking van de leerstof en bij de oefeningen in empathie, tolerantie en zelfvertrouwen.

De kloof tussen thuis en school is veel te groot. De gemeenschappelijke opdracht om het kind groot te brengen, betekent dat je een relatie aangaat met de ouders. Op vierjarige leeftijd, wanneer de ouders het kind inschrijven, komt de docent er als derde partner bij. Dat moet intiem zijn, want ouders praten anders niet over wat hen bezielt. Je komt er dan bijvoorbeeld ook achter dat de Islam waar de ouders in geloven, niet de islam is die je googelt. Wie googelt of Facebookaccounts volgt, komt vrijwel altijd terecht bij het geïmporteerde Salafisme uit het Midden-Oosten. Daar zit het geld om teksten te vertalen, websites te produceren en video’s van predikers te verspreiden. De theologen die de Marokkaanse islam tekst en uitleg geven, zitten in Marokko. De ouders van onze huidige generatie moslims en de grootouders van onze kleintjes op de basisschool, kwamen als arbeidsmigrant naar Nederland, de theologen bleven in Marokko. De ouders hier in Nederland hebben hun kinderen geen vaste religieuze grond onder de voeten gegeven.
De imams dan? Ja, daarom vind ik het zo belangrijk dat onze Marokkaanse imams zich bijscholen in de wijze doordachte en verder ontwikkelende theologie aan de grote imamopleidingen in Marokko, een islam die zich veel beter verhoudt tot waarden als ‘heb uw naaste lief als u zelf’ en ‘leer, ontwikkel je zelf’ dan het gepolitiseerde gewelddadige Salafisme uit het Midden-Oosten.” (1.299 w)”

“Zo, dat moest ik even kwijt. Wat ik er jullie mee wil vertellen is: ik ben enorm benieuwd of jullie erin geslaagd zijn de islam in Nederland goed te beschrijven in dit nieuwe boek ‘Geestelijke stromingen geven’. Juist nu moet dat heel precies. Want wie zelf op eigen houtje op zoek gaat, komt terecht bij de lange arm van het Salafisme uit het Midden-Oosten. Of bij exotisch geïnspireerde teksten uit lesboekjes, vol oriëntaalse nostalgie. Ook dan krijg je een disfunctioneel beeld, zoals ik op school als jongetje leerde dat het christendom bij een heldhaftig verleden hoort, vol veldslagen, met de kerkgebouwen als museale erfenis. In werkelijkheid leeft het christendom wel degelijk, er zijn alleen al bijna een miljoen nieuwe Christenen uit Ghana, Polen of Brazilië in Nederland en wie Christen was, is dat nog steeds in zekere zin, zoals ex-geliefden die nog steeds geboeid zijn door hun geliefde, maar dan in omgekeerde zin.
Religie in het hier en nu is volop aanwezig, maar steeds vaker ‘in de kast’. Moslims voelen dat ook. Onlangs kreeg ik een mailtje van een elfjarig meisje uit Culemborg: ‘Marcouch, help!’ Zij wilde per se een hoofddoekje gaan dragen en het mocht niet van de school. Als je zo’n kind al die jaren in de klas hebt gehad, moet je als school toch meer kunnen zeggen tegen zo’n meisje dan ‘mag niet, kan niet’. Ik belde haar op en vroeg haar ouders aan de telefoon. Die waren huiverig.
De vader had de dochter gevraagd ervan af te zien, want het zou haar kunnen schaden en ze hadden ook nog een zoontje op school, wie weet wat die eronder te lijden kreeg. De vader was dus bang voor de gevolgen als zijn dochter in haar zelfbewustzijn laat zien wie zij is.”

Zelfreflectie

“Als je kinderen wilt laten uitgroeien tot sterke weerbare persoonlijkheden, moet je ervoor zorgen dat kinderen zich niet hoeven te verloochenen. Zodat ze niet het gevoel krijgen: dit is niet mijn land. Het vraagt van ouders veel zelfreflectie om te kunnen vertellen waarom je je anders voelt en waarom je internationaal anders bent georiënteerd. Hoe anders wordt het wanneer je als docent tegen de ouders zegt: het wordt Suikerfeest, hoe gaan wij dat regelen? Ik hoor verschillende ouders die daar nog weken over praten. Dat doet iets groots, dat gaat veel verder dan een leuke attentie.

Het is dus belangrijk dat dit boek er is. ‘Geestelijke stromingen’ is sinds de opkomst van het terrorisme al lang geen luxe vak meer, maar hoogste noodzaak. Voor alle Nederlanders. Integratie staat voortdurend in de top drie van grootste problemen die prioriteit vragen. Na de zorg en het inkomen en nog voor onderwijs, werk en veiligheid.
Met de bijscholing van de imams als volwaardige steunpilaar bij de religieuze vorming van onze moslimjeugd zal het nog wel even duren. Het gaat gebeuren, naar voorbeeld van Frankrijk, België en andere Europese landen, maar we moeten nog wel een paar loopgraven dichten en bergen beklimmen. De kwaliteit van de docenten en de betrokkenheid van de ouders is dus extra belangrijk.
Vandaar dat ik straks meteen op zoek ga in dit nieuwe methoden boek naar hoe de islam is beschreven als geestelijke stroming die antwoord geeft op de zes levensvragen. En hoe de magische driehoek van kind, ouders en docent gestalte krijgt in deze leermethode. En ik kijk dan ook nu al uit naar een volgend boek ‘Geestelijke stromingen’ voor het onderwijs aan ouders: hoe leren zij zich te verhouden tot de geestelijke stromingen? En hoe dragen zij dit over aan hun kinderen?

Wie weet sta ik hier volgend jaar weer bij Echelon en Saxion voor de uitreiking van een belangrijk en urgent boek.”